Er is al langer, en nog steeds, veel verandering en ‘sloopwerk’ gaande. Collectief, met iedereen. Alles wat niet meer past wordt gesloopt. Mensen worden geconfronteerd met hun eigen oude gedachte patronen en als je niet bereid bent deze los te laten en zelf te kiezen voor andere gedachten die wél voor je werken, schieten mensen in een slachtoffer-rol. Dat maakt ze negatief, klagerig, en laat het ‘ik ben zo zielig en iedereen is tegen me- syndroom’ zien. Klinkt ff lullig maar het kan maar duidelijk zijn.
Wat jij kan doen als je te maken hebt met mensen die zich zo gedragen, is beseffen dat onder dat klagen en die negativiteit eigenlijk enorme angst zit. Ze zijn bang. Bang voor verandering, bang om iets onbekends aan te gaan, bang voor het onbekende in zichzelf.
Als je door de negativiteit heen kan kijken en kan observeren dat ze slechts last hebben van hun eigen angsten, ontstaat er compassie in jou. Observeren houdt al in dat je je energie niet vermengt (en dus niet meegezogen wordt in hun negativiteit) en het kunnen voelen van compassie zet jou in de energie van liefde ipv angst. Dat verhoogt direct je trilling en maakt het makkelijker anderen los van jou te zien en hun bagger niet binnen te laten komen.
Wat jij ook voor jezelf af kunt vragen is waarom je nu (even) zo gevoelig bent voor andermans angst (die dus onder die negativiteit zit).
Ben je misschien zelf ook ergens bang voor? Is er een verandering gaande in jouw leven of in jezelf waar je geen of weinig controle over hebt? (oftewel, welk ‘onbekende’ vind jij spannend om te ervaren?)
Kijk rustig naar deze vragen voor jezelf en laat de antwoorden komen. Bewust worden van je eigen angsten, accepteren dat je ze voelt en het woord ‘bang’ ombuigen naar ‘spannend’ kan al wonderen doen!
Succes ermee. Weet dat jij een groot licht bent waar het donker in anderen graag op voedt. Laat het niet toe, laat ieders verantwoordelijkheid bij zichzelf. Zorg voor je eigen licht en voeding en stel je grenzen naar anderen toe. Dat is het beste wat je voor jezelf én de ander kunt doen.

©Mariëlle Diemel