En toen kwamen de tranen. Ineens. Ik had ze totaal niet aan zien komen. Achteraf gezien helemaal niet gek natuurlijk maar ik had ze gewoon niet op voelen komen. Als onverwachte kusjes op mijn wangen stroomden ze naar mijn kin.

Lief keek me half bezorgd, half trots aan. Hij wist ook wel waar de tranen vandaan kwamen. Hij kent me soms beter dan ik mezelf ken.

‘Praat met me’, zegt ‘ie voor de zoveelste keer die rit, terwijl hij zijn ogen niet alleen op mij richt maar ook op de weg vóór ons.

Ik probeer mijn stem niet te laten trillen als ik huilend vertel dat ik vooral heel blij ben… dankbaar. Al is het Grote Verdriet natuurlijk de werkelijke reden van de onverwachtse tranen. Het Grote Verdriet van het niets meer kunnen, niets meer durven, nergens meer energie voor of controle over hebben. De enorme angst die dat teweeg bracht en waar ik langer dan me lief is doorheen heb moeten vechten om weer een semi-normaal leven op te bouwen.

Alle spanning die daaraan hing is wederom voelbaar los aan het komen… Net als de herinneringen.

Alsof het gisteren was voel ik nog hoe ontzettend eng ik het vond om met Zus in de auto op pad te gaan voor een ritje van een half uur. Drie opkomende angstaanvallen en uiteindelijk een kalmeringstablet verder kwam ik gebróken aan maar hey, ik was er. En dat feit alleen al gaf me wat ik nodig had. Het voorzichtige zelfvertrouwen om de wereld buiten mijn hoofd weer te kunnen betreden.

Het is nu anderhalf jaar geleden dat ik instortte. Letterlijk en figuurlijk. Het is anderhalf jaar geleden dat ik wekenlang niet veel méér kon dan liggen en ademen en soms zelfs dat niet eens. De angst benam me de adem zó vaak dat ik geen andere keus had dan gebruik te maken van de omstreden farmaceutische industrie. En hoe zeer ik daar ook jarenlang tegen ageerde, mijn mening over had en nare gevoelens bij kreeg; ik had geen keus meer.

Door de chemische samenstelling van mooie, witte, kleine pilletjes kon ik in ieder geval weer ademen. En de dag doorkomen. Ik nam het voor lief dat ik slechts 2 meter de tuin in durfde om mijn sigaretje te roken. Verder dan die 2 meter triggerde direct weer een aanval.

Die 2 meter naar buiten was lange tijd alles wat ik aankon. Op dringend advies van de artsen luisterde ik naar mijn lichaam. Bed, bank en 2 meter tuin. Meer even niet. Eerst aansterken, beginnen met herstellen en dan pas kijken hoe ik die 2 meter buiten mijn comfortzone zou gaan uitbreiden. Stapje voor stapje, letterlijk.

Na een paar maanden die me jaren van mijn leven hebben gekost, durfde ik voorzichtig een stukje verder. Zonder de hulp van lieve familie en vrienden kwam ik geen stap vooruit. Ik had ze nodig, kon niets alleen.

Zoals een kind wat net leert lopen had ik een hand nodig die me vast hield en mij liet voelen dat ik werd gesteund totdat ik het weer alleen zou kunnen. Zonder druk of verwachting, soms zonder begrip maar met alle acceptatie naar mij waren ze er. Eén voor één of allemaal tegelijk, net wat ik nodig had.

De keren dat ik in paniek Zus belde dat ze NU naar me toe moest komen kan ik al niet meer tellen. En ze was er elke keer. Zo snel als ze kon.

Net als mijn Lief. Met al het geduld van de wereld heeft hij veel van mijn stapjes naast me gelopen en me herinnerd aan alles wat ik wél kan.

En zo ook nu. Naast mij in de auto. Op het moment dat we de Belgische grens passeren en ik in tranen besef hoe ver ik letterlijk ben gekomen in die anderhalf jaar; van 2 meter tuin naar een dagje gezelligheid samen in Antwerpen.

Zonder opkomende angstaanvallen. Zonder mooie, kleine, witte pilletjes (al mis ik die soms wel want mán wat een spul! Heerlijk! 😉  )

‘Gewoon’ een dagje Antwerpen zoals normale mensen dat doen. Ik voelde me normaal! Wat een feest!

Gedurende de dag ben ik zelfs een aantal keer oprecht vergeten hoe de afgelopen anderhalf jaar voor me waren. Ik glipte gewoon weer terug in hoe ik vroeger buitenlandse steden beliep en bewonderde, in vrijheid en ontspanning.

Wat een geluk. Wat een gevecht is het geweest. Wat heb ik gestreden. Soms nog want ik ‘kan’ nog lang niet alles wat ik ‘vroeger’ kon en weer zou wíllen kunnen maar de strijd is voorbij. De rust is wedergekeerd. En alle komende stapjes die vooralsnog buiten mijn, steeds groter wordende, comfortzone vallen zet ik met vertrouwen. Én klamme handjes, maar dat geeft niet. Ik hóef niet alles zonder angst te kunnen. Mijn angst mag er zijn. En zo gaat het van het medische label ‘accute angststoornis’ naar mijn motto; ‘Ik ben goed zoals ik ben en alles wat in mij leeft mag er zijn. In het volle Licht!’